Bedreigingen projectgebied

Bedreiging 1: Vermesting en verzuring
Bedreiging 2: Habitatverlies door gebrek aan adequaat beheer
Bedreiging 3: Verdroging
Bedreiging 4: Verstoring door recreatiedruk
Bedreiging 5: Aanwezigheid van exoten
Bedreiging 6: Afname van persistentie (houdbaarheid) van de zaadbank
Bedreiging 7: Gebrek aan maatschappelijk draagvlak en socio-economische verankering
 
 
Bedreiging 1: Vermesting en verzuring

De heidehabitats en landduinen in het projectgebied hebben te kampen met een ongewenste verrijking  en verzuring door stikstof, fosfor en zwavel.
Het grootste deel is afkomstig door atmosferische depositie (luchtverontreiniging door nabijgelegen landbouw, industrie en verkeer).  De enorme verrijking van de schrale heidegronden en landduinen leidt tot ongewenste en versnelde vergrassing.  Hierdoor dreigt het pijpenstrootje de overhand te nemen, waardoor een achteruitgang van de biodiversiteit optreedt. De oorzaken van deze atmosferische depositie aanpakken, maakt geen deel uit van het project. Wel kunnen extra maatregelen zoals plaggen, begrazing, maaien en chopperen voorkomen dat de heidehabitats te sterk gaan vergrassen.
 
Ook rechtstreekse afstroming van door mest verrijkt oppervlaktewater vanuit de landbouwenclave "Steertse Heide" (VL) naar het Groote Meer (NL) vormt een probleem.  

Op bijgevoegde kaart zien we dat het westelijk deel voldoet aan de kwaliteit voor zwak gebufferd ven (dwz een ven dat rijk is aan planten- en diersoorten) en het oostelijk deel niet (meer). Dit is in het veld ook te merken aan de verruiging van het oostelijk deel. Momenteel doet dit deel dienst als buffer en zuivering voor het westelijk deel. Daarom werd beslist om in de zomer van 2014 een dam aan te leggen tussen het oostelijk en het westelijk deel. Op deze manier kan voorkomen worden dat het westelijk deel te veel gaat verruigen en zijn typische flora zal verliezen. Tijdens de looptijd van het project zal een zuiveringswerk gebouwd worden om het toestromend water vanuit de Steertse Heide dat veel mest bevat, te zuiveren zodat het aan de gepaste kwaliteit voldoet. Tegelijkertijd zullen – versneld - landbouwgronden aan Vlaamse zijde aangekocht worden zodat de intensieve landbouw kan afgebouwd worden en er minder bemesting zal plaatsvinden. Beide acties moeten ervoor zorgen dat de kwaliteit van het aangevoerd water opnieuw zal voldoen aan de gestelde normen voor zwakgebufferde vennen. Als dat het geval is, kan het oostelijk deel in een latere fase ook opgeschoond worden en kan de dam tussen beide delen weer verwijderd worden.
 
Bedreiging 2: Habitatverlies door gebrek aan adequaat beheer:

+ Tot 2009 waren de Mont Noir en het Stappersven/De Nol in privé-handen.  Het beheer van dit private deel was gericht op het in stand houden en uitbreiden van het areaal beboste oppervlakte en niet op het beheer van de belangrijke habitats zoals open landduinen, droge en natte heide. Afstemming met de omliggende terreinen en andere eigenaren was helemaal niet aan de orde.  Zo raakten kleine restanten van open landduintjes en natte heidegebieden volledig geïsoleerd. Deze isolatie vormde een bedreiging voor heel wat soorten.
Tijdens dit project zullen de open gebieden vergroot worden en weer met elkaar in verbinding gesteld worden.
 + Een vergelijkbare situatie kent het gebied tussen de Steertse Heide (Vl) en het ven Groote Meer (Nl).  De aanwezigheid van private percelen belemmerden dat er een ecologische verbindingszone kon gerealiseerd worden. Ook hier geldt dat met de aankoop van deze geïsoleerd liggende percelen gewenste open habitats met mekaar verbonden kunnen worden. 
- Ook de brand van 25 en 26 mei 2011 heeft nog maar eens aangetoond hoe belangrijk het is dat bepaalde gebieden d.m.v. corridors met elkaar in verbinding gesteld worden zodat soorten zich beter kunnen ‘verspreiden’ en daardoor minder kwetsbaar zijn voor calamiteiten zoals deze brand.
 
Bedreiging 3: Verdroging

Door gebrek aan voldoende hoge grondwaterstanden, is de Groote Meer voor 80% (ofwel 385.000 m³) van zijn watertoevoer afhankelijk geworden van het te rijke oppervlaktewater uit de landbouwenclave de Steertse Heide. Deze wateraanvoer vindt met name plaats in het najaar/winterperiode (Artesia, 2012). Dit afstromende water is nu ongeschikt geworden om het zwakgebufferde karakter van het westelijk deel van de Groote Meer te behouden. De aanleg van een zuiveringswerk moet hier verandering in brengen. Op die manier hopen we de Groote Meer in de toekomst te kunnen blijven voorzien van voldoende ‘schoon’ water. Ook de afbouw van de waterwinningen zowel in Vlaanderen als in Nederland, zou een verhoging van de grondwatertafel met zich moeten meebrengen.
 
Bedreiging 4: Verstoring door recreatiedruk

Sinds mensenheugenis zijn recreanten aanwezig in het hele projectgebied.  Het imago van de Kalmthoutse Heide, en het tot nu toe ontoegankelijke gebied rondom het Stappersven hebben een grote aantrekkingskracht op de recreant.  Het ontbreken van ingepaste recreatieve voorzieningen als paden, observatietoren en kijkplatform, …  leidt tot aantasting van belangrijke natuurwaarden, waaronder boomleeuwerik (Lullula arborea) en nachtzwaluw (Caprimulgus Europaeus), grondbroeders in het open gebied maar ook verstoring van nesten van wespendief (Pernis apivoris). Het is dan ook van belang dat in dit project door de aanleg van een observatietoren en kijkplatform hieraan tegemoet gekomen wordt.
 
Bedreiging 5: Aanwezigheid van exoten

De meest bedreigende invasieve exoten in het projectgebied zijn Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina) en Pontische rododendron (Rhododendron ponticum).  Ook Amerikaanse eik (Quercus rubra) komt veelvuldig voor. Deze exoten vormen een bedreiging voor alle heide- en aanverwante habitats.  Verder zijn exoten ook verantwoordelijk voor een ernstig kwaliteitsverlies in het drogere boshabitat. Dit kwaliteitsverlies van de bossen heeft ook een impact op soorten als zwarte specht (Dryocopus martius) en wespendief (Pernis apivoris). De bestrijding van de exoten zal gebiedsdekkend uitgevoerd worden.
 
Bedreiging 6: Afname van persistentie van de zaadbank

De voorraad aan kiemkrachtige (levende) zaden van heide en aanverwante habitats in het ganse projectgebied neemt af.  De beperkte houdbaarheid blijkt uit onderzoek, door ‘de Blust, G. & Slootmaekers M. red.(2004). Natuurbeheer, Davidsfonds, 452pp’. Hiermee dreigt een ernstige teloorgang van alle heide- en aanverwante habitats in het ganse projectgebied. In dit project worden dan ook gunstige omstandigheden gecreëerd zodat de nog aanwezige zaden kunnen kiemen.
 
Bedreiging 7: Gebrek aan maatschappelijk draagvlak en socio-economische verankering

Bij het vorige Life-project (HELA-project 2006-2011) merkten we dat het aanbieden van laagdrempelige informatie over de natuur in zijn algemeenheid en meer specifiek over het gevoerde beheer en de resultaten van het gevoerde beheer, resulteerden in een grotere betrokkenheid. Dit niet alleen bij de gespecialiseerde natuurliefhebber maar ook bij de gewone recreanten en omwonenden. Informeren van alle 'burgers' is dan ook een noodzaak om een breder draagvlak te creëren. Dit laatste zal een belangrijke bijdrage leveren aan de economische en maatschappelijke verankering van het Grenspark in zijn totaliteit.